Laatst gewijzigd :
Auteur :
159
weergaven
Leestijd :
Gepubliceerd op :
Auteur :
Je hebt de kennis, de ervaring en de capaciteiten om je werk goed te doen. Toch kan er iets veranderen zodra er veel op het spel staat. Een belangrijke presentatie, een gesprek met je leidinggevende of een opdracht waarbij je jezelf wilt bewijzen. Je gaat twijfelen, bereidt je eindeloos voor of stelt een taak uit. Soms blokkeer je juist op het moment dat je wilt laten zien wat je kunt.
Dat is een van de paradoxen van faalangst: juist omdat iets belangrijk voor je is, kan het moeilijker worden om vrijuit te handelen. Faalangst komt ook voor bij mensen die goed functioneren, verantwoordelijkheid dragen en hoge ambities hebben. Aan de buitenkant is vaak weinig te merken. Vanbinnen kan ondertussen een voortdurende strijd gaande zijn om fouten te voorkomen, aan verwachtingen te voldoen en controle te houden.
De vraag is daarom niet alleen hoe je van faalangst afkomt. Minstens zo belangrijk is: wat gebeurt er met jou wanneer je het gevoel krijgt dat je moet presteren? Wie dat leert herkennen, kan geleidelijk meer zelfvertrouwen ontwikkelen en anders omgaan met spanning, verwachtingen en belemmerende overtuigingen.
Neem een professional die een voorstel moet presenteren aan het managementteam. Hij kent het onderwerp, heeft zich goed voorbereid en weet waar hij het over heeft. Toch blijft hij zijn presentatie aanpassen. Hij vraagt zich af of zijn argumenten wel sterk genoeg zijn en stelt zich voor welke kritische vragen hij kan krijgen.
De voorbereiding die hem normaal helpt, wordt steeds meer een poging om ieder risico uit te sluiten. Tijdens de presentatie is hij vooral bezig met zichzelf: hoe kom ik over, maak ik geen fouten, vinden ze mij wel deskundig genoeg? Zijn aandacht gaat steeds minder naar de inhoud en steeds meer naar de mogelijke beoordeling van zijn persoon. Dit is een belangrijk kenmerk van faalangst. De opdracht zelf is niet noodzakelijk het probleem. De betekenis die je eraan geeft, kan de druk sterk vergroten. Een fout voelt bijvoorbeeld niet meer als iets waar je van kunt leren, maar als bewijs dat je tekortschiet.
Dat mechanisme kan verschillende kanten op gaan. Je gaat overmatig controleren, stelt moeilijke taken uit, vermijdt zichtbaarheid of probeert met nog meer inspanning iedere onzekerheid weg te werken. Op korte termijn kan dat opluchten. Op langere termijn kost het veel energie en beperkt het je bewegingsvrijheid.
Faalangst is de angst om te falen, fouten te maken of niet te voldoen aan verwachtingen. Die angst kan betrekking hebben op prestaties, maar ook op de beoordeling door anderen of op de gevolgen die je aan een mislukking verbindt.
Een belangrijk onderscheid is dat tussen een situatie die werkelijk moeilijk is en de dreiging die je ervan maakt. Een uitdagende opdracht kan spanning oproepen die je helpt om scherp te blijven. Bij faalangst neemt de spanning zo sterk toe dat je minder vrij kunt denken, voelen en handelen.
Faalangst heeft meestal geen enkele, eenduidige oorzaak. Persoonlijke ervaringen, aangeleerde overtuigingen, temperament en de omgeving waarin je opgroeit of werkt, kunnen allemaal een rol spelen. Misschien kreeg je vroeger vooral waardering wanneer je iets goed deed. Misschien werden fouten zwaar aangerekend, waren de verwachtingen hoog of voelde je dat je je plek moest verdienen. Het kan ook zijn dat je uit jezelf sterk gericht bent op prestaties en bevestiging. In de loop van de tijd kunnen daar overtuigingen uit ontstaan, zoals:
Dergelijke belemmerende overtuigingen hoeven niet voortdurend bewust aanwezig te zijn. Ze kunnen juist zichtbaar worden op momenten waarop je onder druk staat.
Gedrag dat je helpt om spanning te verminderen, ligt voor de hand om opnieuw te gebruiken. Als extra voorbereiding je tijdelijk geruststelt, ga je misschien steeds meer voorbereiden. Als je kritiek voorkomt door je mening voor je te houden, wordt zwijgen een vertrouwde strategie.
Zo kan een patroon zichzelf in stand houden: de strategie geeft even rust, maar je krijgt minder gelegenheid om te ervaren dat je ook met onzekerheid kunt omgaan. Dit is een bruikbare manier om naar faalangst te kijken. Het betekent niet dat iedere vorm van faalangst uit je jeugd voortkomt of dat er altijd één verborgen oorzaak is. Het betekent wel dat je kunt onderzoeken welke reacties je hebt aangeleerd en welke functie ze voor je hebben.
De eerste stap naar verandering is niet jezelf veroordelen om dat gedrag. Het is leren zien wat er gebeurt, wat je probeert te voorkomen en wat die strategie je inmiddels kost.
Bij volwassenen is faalangst niet altijd herkenbaar als angst. Soms lijkt het op perfectionisme, ambitie of een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Je kunt prima functioneren en toch veel last hebben van de druk die je jezelf oplegt.
Let bijvoorbeeld op de volgende signalen:
Je blijft twijfelen aan jezelf. Ook wanneer anderen tevreden zijn over je werk, vraag je je af of je het wel goed genoeg hebt gedaan.
Je stelt taken uit. Je begint pas wanneer de druk hoog genoeg is, omdat de opdracht te spannend voelt om eraan te beginnen. Uitstel kan ook ontstaan doordat je eerst meer zekerheid wilt.
Je controleert en perfectioneert. Je blijft schaven aan details, vraagt herhaaldelijk bevestiging of vindt het moeilijk om werk over te dragen.
Je vermijdt situaties waarin je beoordeeld kunt worden. Je spreekt je minder uit, vraagt geen nieuwe verantwoordelijkheid of laat kansen voorbijgaan.
Je blokkeert op beslissende momenten. Je weet wat je wilt zeggen, maar komt niet goed uit je woorden. Of je merkt dat je gedachten alle kanten opgaan zodra de aandacht op jou gericht is.
Je werkt structureel te hard. Je neemt weinig rust, legt de lat steeds hoger en hebt moeite om tevreden te zijn met wat je hebt bereikt.
Deze signalen zijn geen diagnose. Ze kunnen ook bij andere vormen van spanning voorkomen. De vraag is vooral of angst voor fouten of beoordeling je gedrag regelmatig stuurt en je belemmert in je werk of leven.
Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen cognitieve, sociale en motorische faalangst. Dit is een praktische indeling, geen universele diagnostische classificatie.
Deze vormen kunnen naast elkaar bestaan. Iemand kan bijvoorbeeld inhoudelijk goed voorbereid zijn, maar tijdens een presentatie vooral bang zijn om door collega’s kritisch beoordeeld te worden. Het onderscheid is vooral behulpzaam wanneer je wilt begrijpen in welke situaties de spanning ontstaat en wat je dan nodig hebt.
Perfectionisme wordt vaak gezien als een positieve eigenschap. Zorgvuldigheid, hoge standaarden en de wens om goed werk te leveren zijn immers waardevol. Het probleem ontstaat wanneer je eigenwaarde sterk afhankelijk wordt van de uitkomst. Dan is goed werk leveren niet meer alleen een doel. Het wordt ook een manier om te bewijzen dat je competent bent, erbij hoort of geen kritiek verdient.
Onderzoekers maken onderscheid tussen het nastreven van hoge standaarden en de sterk zelfkritische kant van perfectionisme. Die twee zijn niet hetzelfde. Hoge ambities kunnen samengaan met goed functioneren; de voortdurende angst om tekort te schieten kan juist veel druk veroorzaken. Een overzichtsstudie van Ocampo en collega’s over perfectionisme op het werk bespreekt deze verschillende kanten en laat zien waarom het belangrijk is om perfectionisme niet als één eenduidig verschijnsel te behandelen.
Bron: The relentless pursuit of perfectionism: A review of perfectionism in the workplace (2019).
Een nuttige reflectievraag is daarom: wil ik dit goed doen omdat het werk ertoe doet, of omdat ik het moeilijk vind om mezelf een fout te zien maken?
Het antwoord hoeft niet óf het een óf het ander te zijn. Vaak spelen beide motieven mee. Juist door dat onderscheid te leren maken, ontstaat meer keuzevrijheid.
Wanneer je merkt dat je jezelf tegenhoudt, ligt het voor de hand om jezelf toe te spreken. Je moet meer vertrouwen hebben, je niet zo druk maken of gewoon beginnen. Soms helpt dat. Maar als de spanning hoog oploopt, is rationeel weten dat je iets kunt niet altijd voldoende om ook met vertrouwen te handelen.
Faalangst speelt zich af op verschillende niveaus. Je hebt gedachten over wat er mis kan gaan, gevoelens van onzekerheid en lichamelijke reacties op spanning. Tegelijkertijd heb je de neiging om bepaald gedrag te vertonen: terugtrekken, controleren, vermijden of juist extra hard werken. Je kunt dus heel goed begrijpen dat je perfectionistisch bent en toch automatisch in hetzelfde patroon terechtkomen wanneer er iets op het spel staat.
Daarom vraagt verandering om meer dan inzicht alleen. Je moet ook leren herkennen wanneer de spanning begint, onderzoeken wat je op dat moment nodig hebt en oefenen met ander gedrag. Het doel is niet dat je nooit meer onzeker bent. Het gaat erom dat onzekerheid minder bepalend wordt voor wat je doet.
Wie meer zelfvertrouwen wil krijgen, kan beginnen met kleine, concrete oefeningen. Niet om iedere spanning onmiddellijk weg te nemen, maar om nieuwe ervaringen op te doen.
Denk aan een situatie waarin je faalangst ervaart. Maak de angst zo concreet mogelijk.
Je ontdekt hiermee vaak dat de feitelijke situatie en de betekenis die je eraan geeft, niet helemaal samenvallen.
Faalangst kan zich uiten in een versnelde ademhaling, gespannen spieren, onrust, een hoge hartslag of een gevoel van blokkeren.
Neem vóór een spannend gesprek of een presentatie een minuut om stil te staan. Voel je voeten op de grond, merk je ademhaling op en onderzoek waar je spanning ervaart.
Probeer niet onmiddellijk alles te veranderen. Alleen al herkennen wat er gebeurt, kan helpen om minder automatisch te reageren. Een rustige ademhaling kan ondersteunend zijn, maar is geen garantie dat de spanning verdwijnt.
Wacht niet tot je voldoende zelfvertrouwen voelt. Kies een kleine handeling die je nu kunt uitvoeren.
Begin bijvoorbeeld met een eerste versie van een voorstel, stel alvast een vraag in een overleg of spreek je mening uit zonder deze vooraf volledig uit te werken.
Door situaties geleidelijk aan te gaan in plaats van ze steeds te vermijden, kun je ervaren dat spanning niet altijd betekent dat je iets niet aankunt. Deze aanpak sluit aan bij principes van geleidelijke blootstelling die binnen cognitieve gedragstherapie worden gebruikt.
Zie ook de uitleg van de Britse NHS: Facing your fears.
Let eens op hoe je tegen jezelf praat wanneer iets niet lukt. Zou je een collega op dezelfde manier aanspreken?
Psycholoog Kristin Neff beschrijft zelfcompassie als een houding waarin je jezelf met begrip benadert wanneer je fouten maakt of het moeilijk hebt. Het gaat niet om jezelf vrijpleiten of genoegen nemen met minder. Het gaat om fouten kunnen erkennen zonder jezelf als persoon af te wijzen.
Onderzoek van Neff, Hsieh en Dejitterat uit 2005 vond bij studenten verbanden tussen zelfcompassie, minder angst om te falen en minder vermijdingsgericht omgaan met ervaren mislukking. Dit onderzoek bewijst niet dat dezelfde effecten voor iedere werkende volwassene gelden, maar biedt wel een relevante onderbouwing voor het belang van een minder zelfkritische houding.
Bron: Self-compassion, Achievement Goals, and Coping with Academic Failure (2005).
Neem na een spannende situatie drie minuten om terug te kijken:
Beoordeel jezelf niet alleen op het resultaat. Kijk ook naar de manier waarop je met onzekerheid bent omgegaan. Zo wordt een lastige ervaring bruikbaar voor je ontwikkeling.
Meer zelfvertrouwen ontstaat mede doordat je ervaart dat je op jezelf kunt vertrouwen, ook wanneer je niet zeker weet hoe iets zal verlopen.
Faalangst is de spanning die je voelt wanneer je bang bent om fouten te maken of niet te voldoen aan verwachtingen.
Je merkt het vaak aan twijfel, uitstelgedrag, perfectionisme of blokkeren onder druk.
Piekeren, onzekerheid, overpresteren, vermijden of het gevoel dat je nooit goed genoeg bent.
Door inzicht te krijgen in je patronen, spanning te leren herkennen en stap voor stap nieuw gedrag te oefenen.
Omdat faalangst diep verbonden is met automatische patronen. Verandering vraagt tijd en het opdoen van ervaring.
Op aanvraag
Deze training legt een stevige basis voor zelfinzicht en reflectievermogen. Je leert jezelf op meerdere niveaus waarnemen en ontdekt hoe lichaamssensaties, emoties, gedachten en gedrag met elkaar samenhangen.
Je gaat patronen herkennen die je gedrag sturen en leert hoe je hier losser van kunt komen. Daardoor ontstaat meer keuzevrijheid in hoe je reageert en neem je meer regie over je eigen ontwikkeling.
Op aanvraag
Persoonlijk leiderschap helpt je om bewuster richting te geven aan je werk en de bijdrage die je levert aan de organisatie. In deze training onderzoek je hoe jouw gedrag en keuzes doorwerken in je professionele rol en de samenwerking met collega’s. Je leert bewuster omgaan met spanning, verantwoordelijkheid en lastige situaties, zodat je met meer helderheid en vertrouwen keuzes maakt, effectief samenwerkt en verantwoordelijkheid neemt voor gezamenlijke doelen.
Op aanvraag
Vakinhoudelijke expertise is belangrijk, maar het verschil wordt vaak gemaakt door communicatie, samenwerking en persoonlijk leiderschap. In deze training ontwikkel je de soft skills om onder druk helder te communiceren, spanning te reguleren en met meer impact samen te werken. Zo vergroot je je invloed, eigenaarschap en professionele effectiviteit.
Op aanvraag
Deze training ondersteunt jonge professionals in hun eerste jaren in het werkveld. De focus ligt op zelfinzicht, communicatie en professioneel gedrag. Deelnemers leren hun kwaliteiten beter kennen en ontwikkelen meer vertrouwen in hun rol.
Op aanvraag
Teamontwikkeling en teamcoaching gaat over meer dan beter samenwerken. In elk team spelen onderliggende patronen van communicatie, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Wanneer die onbesproken blijven, stagneert samenwerking en blijven spanningen onder de oppervlakte aanwezig.
We maken deze dynamieken zichtbaar en bespreekbaar.
Duurzame verandering
Ervaringsgericht en verdiepend
Direct verbonden aan werk en leven
Duurzame inzetbaarheid vraagt vaak meer dan een losse training.
Professional
Anderen lezen ook
Hulp bij
154
Zelfvertrouwen gaat niet alleen over het zeker zijn van jezelf. Het gaat over hoe je jezelf ervaart, ook op momenten dat het spannend wordt.
Hulp bij
160
Veel professionals lopen op een punt tegen hun grens aan, waarbij vermoeidheid zich opstapelt en herstel uitblijft.
Hulp bij
148
Een onrustig gevoel kan zich op verschillende manieren laten zien, van een lichte spanning tot een opgejaagd gevoel.
Hulp bij
156
Stress hoort bij het leven. Het is een natuurlijke reactie van ons lichaam om in te spelen op situaties die aandacht of actie van ons vereisen. Het helpt je om scherp te blijven op uitdagingen en te reageren als er een prestatie van je gevraagd wordt.
Wij begeleiden professionals en organisaties die bereid zijn naar binnen te kijken.