Laatst gewijzigd :
175
weergaven
Leestijd :
Gepubliceerd op :
Een medewerker levert goed werk, komt afspraken na en neemt verantwoordelijkheid. Op papier gaat alles goed. Toch neemt het initiatief af. Er worden minder vragen gesteld, ideeën blijven achterwege en wat eerst vanzelfsprekend energie gaf, kost steeds meer moeite.
Er is geen conflict. Niemand heeft ontslag aangekondigd. De resultaten zijn nog op orde. Toch is er iets veranderd.
In organisaties kijken we vaak naar wat zichtbaar is: prestaties, betrokkenheid, productiviteit en verzuim. De beweging die daaraan voorafgaat, blijft gemakkelijk buiten beeld. Wat gebeurt er wanneer iemand zijn werk nog prima uitvoert, maar steeds minder ervaart waarom hij het eigenlijk doet?
Daar raakt het onderwerp intrinsieke motivatie aan een fundamentelere vraag over werk. Wat maakt dat mensen zich werkelijk verbinden aan wat ze doen? En wat gebeurt er wanneer die verbinding geleidelijk verschuift naar verplichting, bewijsdrang of de behoefte om aan verwachtingen te voldoen?
Juist voor HR, leidinggevenden en professionals die werken aan duurzame inzetbaarheid is dat een relevante vraag. Want iemand kan lang blijven functioneren terwijl de kwaliteit van zijn motivatie al veranderd is.
Intrinsieke motivatie wordt vaak uitgelegd als iets doen omdat je het leuk vindt. Dat is een deel van het verhaal, maar de psychologie van motivatie maakt een belangrijker onderscheid.
Volgens de zelfdeterminatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan hangt motivatie samen met de mate waarin mensen hun handelen als vrijwillig en eigen ervaren. Drie psychologische basisbehoeften spelen daarbij een belangrijke rol: autonomie, competentie en verbondenheid.
Autonomie betekent dat je invloed ervaart en je handelen als eigen kunt beschouwen. Je hebt ruimte om keuzes te maken en begrijpt waarom iets van je wordt gevraagd.
Competentie gaat over ervaren dat je iets kunt, dat je vaardigheden zich ontwikkelen en dat je effectief kunt bijdragen.
Verbondenheid betekent dat je je verbonden voelt met andere mensen en ervaart dat je ertoe doet binnen een groter geheel.
Wanneer deze behoeften voldoende worden ondersteund, ontstaat er meer ruimte voor autonome motivatie. Mensen kunnen zich dan vanuit interesse, persoonlijke waarden of een doorleefd besef van betekenis aan hun werk verbinden.
Dat laatste is belangrijk. Je hoeft niet iedere taak interessant te vinden om gemotiveerd te zijn. Je kunt administratief werk doen omdat je het belang ervan inziet, ook als je er weinig plezier aan beleeft. Je motivatie is dan niet puur intrinsiek, maar wel autonoom: je onderschrijft zelf waarom de taak ertoe doet.
Dat onderscheid wordt in organisaties vaak over het hoofd gezien.
Stel dat twee professionals hetzelfde werk doen. Ze zijn allebei betrokken, werken hard en halen hun doelen. De eerste doet dat omdat het werk aansluit bij wat hij belangrijk vindt. Hij ervaart ruimte om zijn vakmanschap in te zetten, kan eigen keuzes maken en ziet hoe zijn bijdrage ertoe doet. De tweede werkt minstens zo hard. Hij wil fouten voorkomen, niemand teleurstellen en bewijzen dat hij zijn positie waard is. Complimenten geven hem een tijdelijke impuls. Kritiek blijft lang hangen. Als de druk toeneemt, doet hij er nog een schep bovenop.
Van buitenaf lijken beiden gemotiveerd. Van binnenuit kan er een wezenlijk verschil zijn. Bij de eerste is de motivatie relatief autonoom. Bij de tweede kan het gedrag sterker worden aangedreven door interne druk: schuldgevoel, schaamte, bewijsdrang of de behoefte aan erkenning.
Die tweede vorm van motivatie is niet per definitie slecht. Ambitie, verantwoordelijkheid en de wens om goed werk te leveren kunnen veel in beweging zetten. Het wordt problematisch wanneer iemand zijn eigenwaarde steeds meer afhankelijk maakt van prestaties en nauwelijks nog ruimte ervaart om andere keuzes te maken.
Een omvangrijke meta-analyse van Van den Broeck en collega’s, gebaseerd op 124 steekproeven, onderstreept dat verschillende vormen van motivatie verschillende uitkomsten voorspellen. Intrinsieke motivatie hangt sterk samen met welzijn, attitudes en gedrag. Andere autonome vormen van motivatie kunnen juist belangrijk zijn voor prestaties en extra bijdragen aan de organisatie. Externe druk kent vaker welzijnskosten.
De praktische conclusie is dat je motivatie niet alleen moet beoordelen op de hoeveelheid inzet die je ziet. Je moet ook onderzoeken wat iemand drijft, en wat die inzet van hem vraagt.
Bron: Beyond intrinsic and extrinsic motivation: a meta-analysis.
Er is een groep medewerkers die organisaties gemakkelijk over het hoofd zien wanneer het over motivatie gaat: de mensen op wie je altijd kunt rekenen.
Ze nemen verantwoordelijkheid, springen bij als het nodig is en leveren kwaliteit. Ze hebben talenten waarop de omgeving graag een beroep doet. Juist daardoor kan hun werk steeds verder uitdijen.
Een vraag wordt een extra taak. Een tijdelijke oplossing wordt een structurele verantwoordelijkheid. Omdat iemand het goed kan, wordt hij er vaker voor gevraagd. En omdat hij zich verantwoordelijk voelt, zegt hij niet snel nee. Zo kan een kwaliteit ongemerkt veranderen in een valkuil. De medewerker blijft presteren, maar krijgt minder ruimte om te kiezen, te leren of werk te doen dat werkelijk bij hem past. Wat ooit energie gaf, wordt steeds meer iets waarop anderen rekenen.
Hier raakt intrinsieke motivatie aan persoonlijk leiderschap. Ken je je eigen drijfveren? Weet je waar je talenten tot hun recht komen en waar je vooral handelt vanuit verwachtingen? Kun je onderscheid maken tussen verantwoordelijkheid nemen en verantwoordelijkheid naar je toe trekken?
Die vragen zijn niet alleen relevant wanneer iemand vastloopt. Ze zijn juist van belang zolang het goed gaat. Dan is er vaak nog ruimte om patronen te herkennen voordat vermoeidheid, frustratie of afstand tot het werk de overhand krijgen.
In februari 2026 verscheen een meta-analyse over zelfdeterminatietheorie en werkuitkomsten, gebaseerd op 192 studies. De onderzoekers onderzochten hoe ondersteuning door leidinggevenden samenhangt met psychologische basisbehoeften, motivatie en uiteenlopende werkuitkomsten.
De resultaten ondersteunen een belangrijke gedachte: de invloed van de werkomgeving loopt mede via de manier waarop medewerkers hun werk ervaren. Wanneer leidinggevenden ruimte bieden voor autonomie, competentie en verbondenheid, hangen die ervaringen samen met meer autonome motivatie en gunstiger uitkomsten, zoals werkbetrokkenheid en welzijn. Minder gunstige motivatiepatronen hangen juist samen met uitkomsten als stress, vermoeidheid en burn-out.
De verbanden verschillen wel naar onder meer het type werk, de groep medewerkers en de culturele context. De studie bewijst dus niet dat een bepaalde leiderschapsstijl automatisch tot meer motivatie of minder ziekteverzuim leidt.
De betekenis voor organisaties is desondanks concreet: motivatie is niet uitsluitend een individuele eigenschap. Ze ontstaat mede in de relatie tussen de medewerker en de omgeving waarin die werkt.
Een organisatie kan zelfstandigheid zeggen te waarderen en ondertussen ieder besluit controleren. Ze kan eigenaarschap verwachten terwijl medewerkers weinig invloed hebben op prioriteiten. Ze kan initiatief vragen en tegelijk fouten afstraffen. De boodschap en de dagelijkse ervaring lopen dan uiteen. Mensen horen aan wat een organisatie zegt wat belangrijk is. Ze leren aan de dagelijkse praktijk hoeveel ruimte ze werkelijk krijgen.
Bron: Hagger en Star (2026), Self-Determination Theory and Workplace Outcomes: A Meta-Analysis.
De relatie tussen intrinsieke motivatie en talenten wordt vaak vrij eenvoudig voorgesteld: wanneer mensen hun talenten benutten, krijgen ze energie en neemt hun motivatie toe. Dat kan gebeuren, maar er zit een belangrijke voorwaarde aan vast.
Een talent is een vermogen. Het zegt nog niet of iemand dat vermogen in iedere situatie wil of kan inzetten. Een sterke organisator kan bijvoorbeeld uitblinken in het structureren van complexe processen, maar vastlopen wanneer hij voortdurend de problemen van anderen moet oplossen. Een professional met veel relationele sensitiviteit kan van grote waarde zijn voor een team en tegelijkertijd uitgeput raken wanneer hij steeds verantwoordelijk wordt gemaakt voor de sfeer. Talent zonder keuzevrijheid kan een verplichting worden.
Daarom vraagt aandacht voor talenten om meer dan een test of een inventarisatie van kwaliteiten. Het vraagt om onderzoek naar de omstandigheden waarin iemand tot zijn recht komt. Welke taken geven energie? Welke verantwoordelijkheden passen bij zijn drijfveren? Waar wordt een kwaliteit gevraagd omdat iemand die graag inzet, en waar omdat de omgeving eraan gewend is geraakt?
Voor duurzame inzetbaarheid maakt dat verschil. Het doel is niet om mensen maximaal te benutten. Het gaat erom dat hun kwaliteiten op een manier worden ingezet die betekenisvol, haalbaar en ontwikkelingsgericht is.
Extrinsieke motivatie wordt vaak gekoppeld aan beloning, targets, status of controle. Intrinsieke motivatie staat daar dan tegenover als de ideale vorm: werken vanuit interesse en plezier. In werkelijkheid is de verhouding subtieler.
Een salaris ontvangen is een externe beloning, maar dat betekent niet dat iemand zijn werk uitsluitend om het geld doet. Een medewerker kan een taak uitvoeren omdat hij het maatschappelijk belang ervan onderschrijft, omdat hij zijn vak serieus neemt of omdat hij zich verbonden voelt met zijn team. De taak zelf hoeft niet leuk te zijn om toch vanuit eigen overtuiging te worden uitgevoerd. Andersom garandeert interesse in het werk geen gezonde motivatie. Iemand kan sterk gedreven zijn door een vak en tegelijkertijd structureel over zijn grenzen gaan.
De relevante vraag is daarom niet alleen: komt mijn motivatie van binnen of van buiten? De vraag is ook: in hoeverre ervaar ik mijn handelen als eigen, en kan ik er bewust voor kiezen? Dat maakt ook het gesprek over belonen en sturen preciezer. Doelen, afspraken en resultaten blijven nodig. Ze werken alleen anders wanneer medewerkers begrijpen waarom ze ertoe doen en invloed hebben op de manier waarop ze eraan bijdragen.
Wie intrinsieke motivatie wil versterken, begint niet met een inspiratiesessie of een nieuwe campagne over werkgeluk. De dagelijkse praktijk verdient eerst aandacht.
Geef invloed waar je eigenaarschap verwacht. Betrek medewerkers bij keuzes die hun werk raken. Leg uit wat vaststaat en waar ruimte is. Schijnzelfstandigheid — verantwoordelijkheid dragen zonder echte beslissingsruimte — ondermijnt het gevoel van autonomie.
Maak vakmanschap zichtbaar. Bespreek niet alleen wat beter moet, maar ook wat iemand leert, waar vooruitgang zit en welke kwaliteiten goed tot hun recht komen. Competentie groeit wanneer mensen uitdaging ervaren én merken dat hun inspanningen ergens toe leiden.
Onderzoek de kwaliteit van samenwerking. Kunnen medewerkers twijfels uitspreken? Is er ruimte voor verschil van inzicht? Wordt een fout onderzocht of vooral toegerekend? Verbondenheid vraagt om meer dan een prettige sfeer. Ze vraagt om de ervaring dat je jezelf kunt laten zien en serieus wordt genomen.
Voer gesprekken die verder gaan dan prestaties. Vraag niet alleen wat iemand heeft bereikt, maar ook welke taken energie geven, waar frictie ontstaat en wat iemand graag verder wil ontwikkelen. Luister naar de antwoorden zonder ze meteen om te zetten in een actieplan.
Kijk naar het werk zelf. Een goed gesprek kan weinig veranderen wanneer de werkdruk structureel te hoog blijft, prioriteiten elkaar tegenspreken of verantwoordelijkheden onduidelijk zijn. Duurzame inzetbaarheid vraagt ook om passende taken, haalbare verwachtingen en een werkcontext waarin mensen hun werk goed kunnen doen.
Leiderschap betekent hier dat je niet alleen stuurt op wat medewerkers laten zien, maar ook onderzoekt wat hun betrokkenheid voedt of onder druk zet.
Intrinsieke motivatie kan bijdragen aan werkgeluk en betrokkenheid. De bredere literatuur over zelfdeterminatietheorie laat ook verbanden zien tussen autonome motivatie, welzijn en gunstige werkuitkomsten.
Dat betekent niet dat intrinsieke motivatie op zichzelf ziekteverzuim voorkomt. Verzuim ontstaat uit een samenspel van factoren: gezondheid, werkbelasting, herstelmogelijkheden, privéomstandigheden, leiderschap en de inrichting van het werk. Een medewerker die weinig motivatie ervaart, is dus niet automatisch ongemotiveerd of op weg naar uitval. Soms is de functie veranderd. Soms ontbreekt ontwikkelruimte. Soms is iemand moe, overbelast of toe aan een andere rol.
Juist daarom is het belangrijk om gedrag niet te snel te verklaren. Minder initiatief kan een motivatievraagstuk zijn, maar ook een reactie op langdurige werkdruk of een gebrek aan vertrouwen. Meer inzet kan betrokkenheid laten zien, maar ook de angst om tekort te schieten. Wie duurzame inzetbaarheid serieus neemt, onderzoekt wat er achter het gedrag zit voordat er een oplossing wordt gekozen.
Intrinsieke motivatie betekent dat iemand handelt vanuit een innerlijke drijfveer, zoals interesse, betekenis of persoonlijke groei.
Intrinsieke motivatie komt van binnenuit en is duurzaam. Extrinsieke motivatie wordt gestuurd door externe prikkels en is vaak tijdelijk.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen intrinsieke motivatie, extrinsieke motivatie en amotivatie (gebrek aan motivatie).
Een medewerker die werkt vanuit betrokkenheid en eigen drijfveren, initiatief toont en zich blijft ontwikkelen.
Gebrek aan intrinsieke motivatie kan leiden tot stress en uitval. Sterke intrinsieke motivatie draagt juist bij aan veerkracht en lager ziekteverzuim.
Ja, door de juiste voorwaarden te creëren zoals autonomie, aandacht voor talenten, psychologische veiligheid en persoonlijk leiderschap.
Klaar om intrinsieke motivatie te versterken?
Wil je werken aan duurzame inzetbaarheid vanuit de kern?
Vraag dan een incompany training offerte aan en ontdek wat mogelijk is voor jouw organisatie.
Op aanvraag
Deze training legt een stevige basis voor zelfinzicht en reflectievermogen. Je leert jezelf op meerdere niveaus waarnemen en ontdekt hoe lichaamssensaties, emoties, gedachten en gedrag met elkaar samenhangen.
Je gaat patronen herkennen die je gedrag sturen en leert hoe je hier losser van kunt komen. Daardoor ontstaat meer keuzevrijheid in hoe je reageert en neem je meer regie over je eigen ontwikkeling.
Op aanvraag
Persoonlijk leiderschap helpt je om bewuster richting te geven aan je werk en de bijdrage die je levert aan de organisatie. In deze training onderzoek je hoe jouw gedrag en keuzes doorwerken in je professionele rol en de samenwerking met collega’s. Je leert bewuster omgaan met spanning, verantwoordelijkheid en lastige situaties, zodat je met meer helderheid en vertrouwen keuzes maakt, effectief samenwerkt en verantwoordelijkheid neemt voor gezamenlijke doelen.
Op aanvraag
Vakinhoudelijke expertise is belangrijk, maar het verschil wordt vaak gemaakt door communicatie, samenwerking en persoonlijk leiderschap. In deze training ontwikkel je de soft skills om onder druk helder te communiceren, spanning te reguleren en met meer impact samen te werken. Zo vergroot je je invloed, eigenaarschap en professionele effectiviteit.
Op aanvraag
Deze training ondersteunt jonge professionals in hun eerste jaren in het werkveld. De focus ligt op zelfinzicht, communicatie en professioneel gedrag. Deelnemers leren hun kwaliteiten beter kennen en ontwikkelen meer vertrouwen in hun rol.
Op aanvraag
Teamontwikkeling en teamcoaching gaat over meer dan beter samenwerken. In elk team spelen onderliggende patronen van communicatie, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Wanneer die onbesproken blijven, stagneert samenwerking en blijven spanningen onder de oppervlakte aanwezig.
We maken deze dynamieken zichtbaar en bespreekbaar.
Duurzame verandering
Ervaringsgericht en verdiepend
Direct verbonden aan werk en leven
Duurzame inzetbaarheid vraagt vaak meer dan een losse training.
Professional
Anderen lezen ook
Duurzame inzetbaarheid
184
Hoe versterk je psychologische veiligheid op het werk? Ontdek de rol van emotionele volwassenheid, leiderschap en gezonde conflicten.
Duurzame inzetbaarheid
179
Duurzame inzetbaarheid gaat verder dan vitaliteit of HR-beleid. Het raakt aan hoe professionals omgaan met druk, verandering en verantwoordelijkheid in hun werk.
Duurzame inzetbaarheid
169
Ambities geven richting aan hoe professionals zich ontwikkelen, keuzes maken en hun plek innemen in werk en organisatie. Het gaat daarbij om meer dan doelen of carrièrestappen. Ambities raken aan wat iemand van binnenuit beweegt: wat belangrijk is, waar energie ontstaat en waar iemand naartoe wil groeien.
Duurzame inzetbaarheid
181
Wat betekent vitaliteit op de werkvloer? Ontdek hoe energie, veerkracht, leiderschap en samenwerking bijdragen aan duurzame inzetbaarheid.
Wij begeleiden professionals en organisaties die bereid zijn naar binnen te kijken.